In 2019 en 2024 reisde Kees Ruys naar de Banda- en Kei-eilanden in de Molukken om onderzoek te doen voor zijn project De boemerang van J.P. Coen. Hoe de vloek van de kolonie naar Groot Waling terugkeerde. Een project dat zal resulteren in een non-fictieboek over de kolonisatie van Banda en de geschiedenis van Europese perkeniers die zich na de genocide door Jan Pieterszoon Coen in 1621 op de eilanden vestigden om er als verkapte lijfeigenen van de VOC nootmuskaat en foelie te telen. Het nootje waar de beide specerijen van afkomstig zijn vormde de basis voor de welvaart die de Nederlanden in de zeventiende en achttiende eeuw tot wereldmacht verhief.
In zijn boek, een combinatie van geschiedschrijving, literair reisverhaal en journalistiek onderzoek ter plekke, zal Ruys zich in het bijzonder richten op het uitzonderlijke leven van Paulus ‘Pongky’ van den Broeke (1959), de laatste nog actieve telg uit een geslacht van veertien generaties perkeniers, en op de conflicten en veranderingen waarvan Van den Broeke in het onafhankelijke Indonesië getuige was.
Een van die conflicten, de Molukse burgeroorlog (1999-2002), vanaf het begin een confrontatie tussen christenen en moslims, had noodlottige gevolgen voor het gezin van de protestantse (en later islamitische) Van den Broeke, maar uiteindelijk niet op zijn vastberadenheid om het familiebedrijf Groot Waling voort te zetten.
DE BOEMERANG VAN J.P. COEN
In 2019 en 2024 reisde Kees Ruys naar de Banda- en Kei-eilanden in de Molukken om onderzoek te doen voor zijn project De boemerang van J.P. Coen. Hoe de vloek van de kolonie naar Groot Waling terugkeerde. Een project dat zal resulteren in een non-fictieboek over de kolonisatie van Banda en de geschiedenis van Europese perkeniers die zich na de genocide door Jan Pieterszoon Coen in 1621 op de eilanden vestigden om er als verkapte lijfeigenen van de VOC nootmuskaat en foelie te telen. Het nootje waar de beide specerijen van afkomstig zijn vormde de basis voor de welvaart die de Nederlanden in de zeventiende en achttiende eeuw tot wereldmacht verhief.
In zijn boek, een combinatie van geschiedschrijving, literair reisverhaal en journalistiek onderzoek ter plekke, zal Ruys zich in het bijzonder richten op het uitzonderlijke leven van Paulus ‘Pongky’ van den Broeke (1959), de laatste nog actieve telg uit een geslacht van veertien generaties perkeniers, en op de conflicten en veranderingen waarvan Van den Broeke in het onafhankelijke Indonesië getuige was.
Een van die conflicten, de Molukse burgeroorlog (1999-2002), vanaf het begin een confrontatie tussen christenen en moslims, had noodlottige gevolgen voor het gezin van de protestantse (en later islamitische) Van den Broeke, maar uiteindelijk niet op zijn vastberadenheid om het familiebedrijf Groot Waling voort te zetten.