DE GELADEN STILTE VAN GROOT WALING

In de herfst van 2019 verbleef Kees Ruys op de Banda- en de Kei-eilanden in de Zuid Molukken, waar hij onderzoek deed voor zijn project De geladen stilte van Groot Waling. Zijn onderzoek moet resulteren in een non-fictieboek over een geslacht van ‘perkeniers’ die sinds 1627 – zes jaar na de genocide door J.P. Coen – nootmuskaat en foelie op de minuscule Banda-eilanden teelden. Het nootje waar de beide specerijen van afkomstig zijn, vormde de basis voor de welvaart die Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw tot wereldmacht verhief.

In zijn boek zal Ruys zich in het bijzonder richten op het uitzonderlijke leven van Paulus ‘Pongky’ van den Broeke, de laatste nog actieve telg uit een geslacht van dertien generaties perkeniers die de nootmuskaatplantage Groot Waling op het eiland Lonthor in bedrijf gehouden hebben, en op de conflicten en veranderingen waarvan Van den Broeke in het onafhankelijke Indonesië getuige was.

Een van die conflicten, de Molukse burgeroorlog (1999-2000) tussen christenen en moslims, had een desastreuze invloed op het leven van de protestantse (en later islamitische) Paulus van den Broeke en zijn familie, maar uiteindelijk niet op zijn vastberadenheid om het familieperk Groot Waling voort te zetten.  

DE POORTWACHTER VAN PASIR PUTIH

In een van de twee andere projecten waar Kees Ruys aan werkt, brengt de auteur herinneringen tot leven aan zijn veertig jaar durende vriendschap met de Madurees Janam (1951-2018), producent van schelpensieraden en
-snuisterijen in het Oost Javaanse badplaatsje Pasir Putih. Tijdens een laatste reis over de oude Groote Postweg naar zijn meest geliefde plek in Indonesië, waar hij sinds 1979 meer dan twintig keer verbleef, verbindt Ruys zijn persoonlijke herinneringen met de ingrijpende ontwikkelingen die de badplaats in de afgelopen veertig jaar doormaakte.

Op weg naar het graf van zijn kalme, maar ook ontoegankelijke vriend keert één vraag steeds weer terug. Het is een vraag die aan de basis ligt van ieder boek dat Ruys over zijn reizen door het land geschreven heeft: hoe dicht kun je iemand naderen die zich moedwillig aan het zicht onttrekt?

DE DODENEILANDEN

Een boek waar Ruys met tussenpozen al een langere tijd aan werkt,
is De dodeneilanden, het sluitstuk van zijn vijfdelige Indonesië-cyclus
De randgebieden. In deze sentimental journey door Oost-Indonesië trekt de auteur langs eilanden die hij eerder heeft bezocht, op zoek naar mensen die hij er ooit heeft gekend. In zijn verhalen over al dan niet vergeefse, pijnlijke, ontroerende, maar steeds verrassende ontmoetingen voert Kees Ruys de lezer op een passagiersschip langs de Kleine Sunda-eilanden Sumbawa, Flores, Timor, Alor en het walviseiland Lembata naar het Molukse Kei en, op de oostpunt van het land, Papua, waar hij in 1990, in de Baliemvallei, een onvergetelijke voettocht maakte. Zou hij erin slagen Oscar terug te vinden, zijn Papua-gids die één keer in zijn leven, in de open lucht, een speelfilm zag en die tien jaar erna nog beeld voor beeld kon navertellen?