Kees Ruys is geboren op 12 maart 1955 in Den Haag.
Hij studeerde Nederlands aan de School voor Taal- en letterkunde te Den
Haag. Vanaf 1980 combineerde hij een parttime functie bij de Haagse
Openbare Bibliotheek met het schrijven van fictie en literaire
non-fictie. Daarnaast is hij sinds 2003 werkzaam als redacteur bij de
Haagse uitgeverij Valerius Pers.
Ruys debuteerde in 1983 in Hollands Maandblad met
zijn Brief uit Java. De publicatie van een romanfragment in Tirade resulteerde in
1986 in de verschijning van zijn eerste,
in Indonesië gesitueerde roman Een afgedragen huid. Nadien
publiceerde hij achtereenvolgens bij Van
Oorschot, Veen en Atlas romans en reisverhalen, waaronder de eerste drie delen
van De randgebieden, een vijfdelige cyclus reisboeken over Indonesië.
Daarnaast verschenen er in de loop der jaren reisverhalen in o.a. de
Volkskrant en in verschillende reistijdschriften, waarvan er vele
werden geselecteerd voor Rudi Westers jaarlijks gebundelde beste
reisverhalen.
Zijn eerste grote reis maakte Ruys in 1979, toen
hij gedurende een jaar door Europa, Azië en de Sovjet-Unie trok.
Hij bleef het langst in Indonesië – een land dat hem altijd
sterk had aangetrokken vanwege de verhalen, brieven en souvenirs van
zijn grootvader, de acteur Cor Ruys, die er tussen 1912 en 1938 tijdens
vele maandenlange tournees heeft rondgetrokken. Ook Kees Ruys blijft er
terugkeren; sinds 1979 brengt hij er om de twee jaar enkele maanden
door. Het werd de belangrijkste inspiratiebron voor zijn reisverhalen.