STRAAT MADURA

De afgelopen tweeënhalf jaar werkte Kees Ruys aan Straat Madura, het vierde deel van zijn literaire non-fictiereeks over Indonesië, De randgebieden. In zijn nieuwste werk brengt de auteur herinneringen tot leven aan zijn veertigjarige vriendschap met de Madurees Jaman (1951–2018), een schelpensouvenir-
verkoper in de kleine Oost-Javaanse badplaats Pasir Putih. Tijdens een laatste reis over de oude Grote Postweg naar zijn meest geliefde plek in Indonesië, waar hij sinds 1979 ruim twintig keer verbleef, verbindt Ruys zijn persoonlijke herinneringen met ontwikkelingen die het dorpje in de afgelopen vier decennia doormaakte, niet in de laatste plaats als een gevolg van de ingrijpende islamisering van de archipel.

Op weg van Surabaya naar het graf van zijn bescheiden vriend, die hem bij elk bezoek opwachtte met de mededeling dat hij hem al in een droom zag naderen, keert één vraag steeds weer terug. Het is een vraag die aan de basis ligt van ieder boek dat Ruys over zijn reizen door het land publiceerde: hoe dicht kun je iemand naderen die zich moedwillig aan het zicht onttrekt en bovendien gelooft dat zijn bestaan door bovenaardse machten wordt beheerst?

Straat Madura is meer dan een reisverhaal over Oost-Java. Met zijn zoektocht naar de waarheid achter een intense, jarenlange omgang met een ondoorgrondelijke man schreef Ruys ook een roman over vriendschap en vergankelijkheid. Maar boven alles geeft hij in het boek een kleurrijk en intiem portret van een authentieke Madurese gemeenschap in een kustdorp dat maar zelden vreemdelingen zag, sinds Nederlandse mariniers er in 1947 voet aan wal zetten en Oost-Java in een oorlogsgebied veranderden.

In hoeverre de gedeelde koloniale erfenis in de moderne republiek doorwerkt en hoe dat in het onderling contact naar voren komt, zijn kwesties die zich regelmatig aan de Nederlandse reiziger opdringen. Het stelt Kees Ruys voor raadsels die soms nog verbijsterender zijn dan die van de mystieke Madurese wereld waarmee hij in Pasir Putih kennismaakt.