Auteur: Kees Ruys

DE MADURESE VRIEND

Langzaam reizend langs een kust die hij kan dromen nadert een schrijver de Javaanse badplaats Pasir Putih, sinds de jaren zeventig zijn vaste pleisterplaats in Indonesië. Maar deze keer voelt alles anders. In het zicht van zijn bestemming aan de oude Grote Postweg – in de regio ooit ‘Daendels’ Dodenweg’ genoemd – stelt hij zijn aankomst telkens uit en verliest zich in herinneringen. Hij denkt aan verlaten warungs in de middaghitte, aan ontmoetingen die tot ontdekkingsreizen leidden, met de armste mensen die hij in zijn leven heeft gekend, maar ook de meest gastvrije, roekeloze; aan een vijand die bleef lachen en aan het ontluisterende einde van wat eens een liefde was. Maar boven alles denkt hij aan Djaman, zijn oudste vriend in Indonesië, die hem bij elk bezoek opwachtte met de mededeling dat hij hem al in een droom zag naderen.

De Madurese vriend is het ontroerende verhaal van een verlegen schelpensouvenirverkoper en een schrijver die elkaar na veertig jaar nog altijd niet begrepen, maar ook samen konden zwijgen alsof ze een schat bewaarden. Opgetekend als een afscheidsbrief aan Djaman geeft het boek ook een intiem en kleurrijk beeld van een gemeenschap in een Oost-Javaans kustplaatsje en van de ontwikkelingen die het doormaakte sinds Nederlandse mariniers er in 1947 voet aan wal zetten om ‘Insulinde’ in een oorlogszone te veranderen.

In hoeverre de gedeelde koloniale erfenis in de moderne republiek doorwerkt en hoe dat in het onderling contact naar voren komt, zijn kwesties die zich regelmatig aan de schrijver opdringen. Het stelt hem voor raadsels die soms nog verbijsterender zijn dan die van de occulte Madurese wereld waarmee hij in Pasir Putih kennismaakt.

De Madurese vriend verschijnt 15 april 2023 bij Uitgeverij In de Knipscheer

Omslagafbeelding: Gerard Pieter Adolfs, Spectateurs au combat de coqs, Madoura, 1958.

DE GELADEN STILTE VAN GROOT WALING

In de herfst van 2019 verbleef Kees Ruys op de Banda- en de Kei-eilanden in de Zuid Molukken, waar hij onderzoek deed voor zijn project De geladen stilte van Groot Waling. Zijn onderzoek moet resulteren in een non-fictieboek over een geslacht van ‘perkeniers’ die sinds 1627 – zes jaar na de genocide door J.P. Coen – nootmuskaat en foelie op de minuscule Banda-eilanden teelden. Het nootje waar de beide specerijen van afkomstig zijn, vormde de basis voor de welvaart die Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw tot wereldmacht verhief.

In zijn boek zal Ruys zich in het bijzonder richten op het uitzonderlijke leven van Paulus ‘Pongky’ van den Broeke, de laatste nog actieve telg uit een geslacht van dertien generaties perkeniers die de nootmuskaatplantage Groot Waling op het eiland Lonthor in bedrijf gehouden hebben, en op de conflicten en veranderingen waarvan Van den Broeke in het onafhankelijke Indonesië getuige was.

Een van die conflicten, de Molukse burgeroorlog (1999-2000) tussen christenen en moslims, had een desastreuze invloed op het leven van de protestantse (en later islamitische) Paulus van den Broeke en zijn familie, maar uiteindelijk niet op zijn vastberadenheid om het familieperk Groot Waling voort te zetten.  

DE DODENEILANDEN

Een boek waar Ruys met tussenpozen al een langere tijd aan werkt, is De dodeneilanden, het sluitstuk van zijn vijfdelige Indonesië-cyclus De randgebieden. In deze sentimental journey door Oost-Indonesië trekt de auteur langs eilanden die hij eerder heeft bezocht, op zoek naar mensen die hij er ooit heeft gekend. In zijn verhalen over al dan niet vergeefse, pijnlijke, ontroerende, maar steeds verrassende ontmoetingen voert Kees Ruys de lezer op een passagiersschip langs de Kleine Sunda-eilanden Sumbawa, Flores, Timor, Alor en het walviseiland Lembata naar het Molukse Kei en, op de oostpunt van het land, Papua, waar hij in 1990, in de Baliemvallei, een onvergetelijke voettocht maakte. Zou hij erin slagen Oscar terug te vinden, zijn Papua-gids die één keer in zijn leven, in de open lucht, een speelfilm zag en die tien jaar erna nog beeld voor beeld kon navertellen?